Kapoenen

KAPOENEN
Welpen

WELPEN
Pioneers

PIONIERS
Jongivers

JONGGIVERS
Givers

GIVERS

Interview met de groepsleiding

Marjolein op 2016-10-17

Interview met Wout Mareen aka Spitsvondige Arasari

Met een grote glimlach en vol zelfvertrouwen komt mr. Sint-Pol naar ons toe, klaar voor het interview. De ene helft van het kersverse groepsleidingsduo komt trots, vrolijk, een beetje vermoeid (door zijn eerste week als werkmens) en ietwat nieuwsgierig over. Er staat een bank klaar en we starten met de woorden: “Ga zitten Wout”. Meteen verbetert hij ons: “Spitsvondige arasari, bedoel je?” Dit toont onmiddellijk hoe zeer hij een scout is in hart en nieren. Zonder hem een kans te geven om vragen te stellen starten we meteen met het interview. Zo kan hij zich niet voorbereiden en krijgen we voor jullie, de lezers, zijn – rauwe – reacties.

1. In welke takken heb je als leider al gestaan?

“Ik heb in alle takken gestaan behalve de jonggivers." Een kort en direct antwoord (meer kon ook niet echt gezegd worden). Net voordat we naar de volgende vraag wilden gaan voegde hij het volgende toe: “Ik heb daarnaast ook de pioniertak mee opgericht. Ik was leider van het eerste piojaar en we hebben met de pionierleiding van toen de basis van deze de tak vastgelegd." Gezien het moment dat Wout dit zei wou hij dit waarschijnlijk graag vermelden. Zonder hoog van de toren te blazen, liet hij weten dat hij ongetwijfeld trots is op deze verwezenlijking.

2. Wat wil je als groepsleider verwezenlijken?

Het antwoorden begon enigszins aarzelend, Wout had zo’n “serieuze” vraag waarschijnlijk niet verwacht van zijn medeleiding/vrienden. Na even nadenken, zei hij toch het volgende: “Hetgeen we ons dit jaar het meest voor zullen inzetten is het installeren van de nieuwe keuken. En dat is een heuse karwei, aangezien we de hele keuken eerst brandveilig moeten maken en dus veel moeten verbouwen. We hebben trouwens al het een en ander gedaan (zie de Sint-Pol facebook pagina!) Daarnaast wil ik ook dat er een leuke sfeer is onder de leiding en zou ik het graag steeds proper en netjes willen houden, ook al is dat soms een hele klus."

3. Wat zijn je bijnamen en waar komen ze vandaan?

“Ik heb er eigenlijk geen. Vroeger werd nog geprobeerd om Bos te introduceren, maar dat sloeg nooit aan." Een traan rolt over zijn wang. Dit is waarschijnlijk een gevoelig onderwerp voor Wout. “Tijdens mijn jaar als welpenleider was ik Tabaqui, sommigen noemen mij nog steeds zo. Af en toe wordt ik ook Tabraqui genoemd, maar ik heb geen idee waarom."

4. Heb je naast de scouts nog andere hobby's en wat doe je als je vrij bent?

“Scouts!” Het antwoord is duidelijk. “Scouts is echt mijn leven. Voor de rest heb ik niet echt hobby’s meer, het neemt echt veel tijd in beslag. Als ik thuis kom ben ik bezig met de scouts en heb daarna meestal weinig tijd voor iets anders.” Maar als je vrij bent, waar kunnen we je dan vinden en waar ben dan zoal mee bezig? “Wel, veel vrij ben ik niet." Hij klaagt intussen even hoe lastig het leven als werkmens is… “Ja, wat doe ik? Ik maak soms dingen thuis. Maar ja, da’s ook al een hele tijd geleden… Ik kijk graag naar Dobbit tv en daarnaast chill ik ook wel met Merel, maar veel andere dingen doe ik niet…”

5. Wat voor meisjes heb je graag?

Een vraag voor ons vrouwelijk publiek, die graag Mr. Sint-Pol willen veroveren. Wout bekijkt ons wat vreemd en lacht een beetje nerveus, misschien moet hij op zijn woorden letten zodat hij niet moet vrezen voor gevolgen van zijn vriendin… “Wel, ik hou van roste meisjes… Of nee, plezante meisjes!” “Zonder botjes!” Voegt hij nog toe. “Botjes zijn uit den boze. Dat kan echt niet voor mij!” Voor de rest? ja… Gewoon toffe meisjes, zoals die van de VKSJ/KSA." Verlegen is onze Mr. Sint-Pol best wel, zijn wangetjes worden een beetje rood. * cute! *

6. Wat zijn een paar van je beste herinneringen gedurende je loopbaan in Sint-Pol?

“Pff, een lastige vraag… Het is echt moeilijk om één ding te kiezen, want dat is zo erg voor alle andere momenten. Oké, het eerste pio-jaar en dan vooral dat groot kamp was enorm leuk, ondanks het slechte weer." Het regende er elke dag. “Daarnaast was het groepskamp voor 70 jaar Sint-Pol en vooral het voorkamp ervan ook geweldig. Ook mijn leidingsbelofte is een van mijn beste herinneringen, aangezien het zo goed gelukt was. Ik heb nog heel veel goede herinneringen, maar dat waren er een paar van de beste."

7. Wat zijn volgens jezelf een paar van je goede punten en minder goede punten?

Zijn ogen die rollen en de zucht die hij slaakt laat ons meteen weten dat dit niet een van zijn geliefkoosde vragen is. “Als slechte punten van mezelf zou ik zeggen dat ik te snel kritisch ben. Of beter gezegd te kritisch over het algemeen. Niks is goed genoeg, het kan altijd beter, vooral als ik het gewoon zelf doe." Dit kunnen wij als medeleiding deels beamen, hoewel het meestal goed genoeg is voor onze groepsleider! (Gelukkig...) “Wat betreft mijn goede punten: ik kan hard werken, ook als het niet leuk is. Daarnaast kom ik wel goed overeen met iedereen. Althans, dat denk ik toch."

8. Waar ben je bang voor?

“Niet echt iets geloof ik. Of toch, alleen op een postje zitten tijdens een durverstocht kan wel eens wat eng zijn,” zegt hij lachend. “maar echt bang? Nee, ik ben niet bang."

9. Als je een plant was, welke zou je zijn en waarom?

In tegenstelling tot wat wij verwachtten gaf Wout hier bijna meteen een antwoord op. “Krulwilg. Dat groeit ziek snel, is giant en je kan er goede boomhutten in maken." Inderdaad, wat verwacht je nog meer van een boom?

10. Wat is je favoriete 4-uurtje?

“Franchipane! Die van de Colruyt (Everyday) zijn wel OK, maar die van Lotus, zoals in de koekenpakketten, die zijn echt goed." Dit is wel erg duidelijke ‘product placement’, Wout. Ach ja… “Om te drinken hoef ik eigenlijk niks. Er is niks dat ik echt graag heb."

Interview met Kareljan Raes aka Impulsieve Salangaan

Eveneens met een glimlach en dartel komt de andere helft van het kersverse groepsleidingsduo naar ons toe. Met een kwiek sprongetje komt hij dan voor ons staan. Net zoals zijn partner, Wout Mareen, valt het van Kareljan zijn gezicht te lezen dat ook hij geen idee heeft wat hij van dit interview moet verwachten. We bieden hem een stoel aan en gaan meteen van start.

1. In welke takken heb je als leider al gestaan?

“Ik heb eerst twee jaar kapoenen gedaan, dan een jaartje pioniers, dan givers en nu ben ik dus groepsleiding." Net zoals Wout geeft Kareljan een to the point antwoord. De nieuwe groepsleiding ontwijkt dus geen vragen. Met dat laatste wou Kareljan ons - zijn vrienden - waarschijnlijk graag laten weten dat hij een hogere positie uitvoert dan ons. Zolang hij zijn macht niet misbruikt, zullen we graag naar hem luisteren.

2. Wat wil je als groepsleider verwezenlijken?

Op voorhand dachten we dat dit een vraag zou zijn waarop ze zich zouden voorbereiden, maar net zoals Wout staat ook Kareljan eerst even met een mond vol tanden. Blijkbaar is het een lastige vraag waar eerst wat over nagedacht moet worden, maar uiteindelijk geeft hij een gelijkaardig antwoord. “Er is niet één iets waar we ons voor willen inzetten, eerder een hele reeks van taken. Zo zijn het vernieuwen van de keuken, het verbouwen van het lokaal (vooral waar nodig), het archief efficiënter maken en de groepssfeer binnen leiding goed houden een paar van onze puntjes waar we ons op willen toeleggen dit jaar."

3. Wat zijn je bijnamen en waar komen ze vandaan?

“Ik heb er redelijk wat. De eerste is Keujeu. Deze is mij gegeven tijdens de givers, toen we een periode hadden dat we steeds met de ‘eu’-klank praatten." Dit kunnen wij bevestigen. Er zijn toen meerdere bijnamen ontstaan. “Een andere is pijpuufd, omdat ik tijdens de givers eens door een erg nauwe pijp ben gekropen voor een uitdaging. Verder wordt ik soms ook Koen genoemd, omdat ik twee jaar geleden eens mijn haar zwart had gekleurd en op Koen Buysse van de band Zornik leek. Vorig jaar riep ik op kamp ook wel eens Koenraad Danneels. De samentrekking van mijn bijnaam koen en mijn echte familienaam Raes werd al snel veranderd naar Koenraad. Dit deed ons denken aan een vroeger lid van onze scouts: Koenraad Danneels. Een nieuwe bijnaam was ontstaan.” De meesten onder ons hebben niet zo veel bijnamen, als ze er al een hebben. Kareljan trekt dit blijkbaar aan.

4. Heb je naast de scouts nog andere hobby's en wat doe je als je vrij bent?

“Naast scouts heb ik niet echt nog andere hobby’s. Ik studeer nog en dat doe ik om te slagen voor mijn examens. Ik game ook wel wat. Voor de rest hou ik van citytrips. Zo ben ik onlangs naar Kopenhagen en Bastogne gegaan. Ik hou trouwens ook van series bekijken - ‘Narcos’ is een echte aanrader!” Kareljan is nog een student wat hem dus wat meer vrije tijd geeft, alhoewel hij dit jaar blijkbaar 75 studiepunten heeft opgenomen. Dit zijn er 15 meer dan normaal. Dit komt overeen met 3-4 extra vakken. De groepsleiding is een druk duo!

5. Wat voor meisjes heb je graag?

“Tetten.”

6. Wat zijn een paar van je beste herinneringen gedurende je loopbaan in Sint-Pol?

Ook voor Kareljan is dit een moeilijke vraag. Na een poosje nagedacht te hebben zegt hij het volgende: “Om te beginnen wil ik zeggen dat ik heel veel erg goede herinneringen heb gekregen tijdens mijn carrière in de scouts. Een paar die uitsteken als zijnde de besten zijn de volgende: het zomerkamp van de kapoenen in mijn tweede jaar." Dit was inderdaad een erg tof kamp! “Het groepskamp voor 70 jaar Sint-Pol was ook geweldig. Euhm, en toen ik per ongeluk een ei tegen Marjolein gooide." De interviewers plagen is om liefde vragen hé… “Er zijn er nog echt veel, te veel om ze nu allemaal op te sommen."

7. Wat zijn volgens jezelf een paar van je goede punten en minder goede punten?

“Pff, da’s wel lastig. Eén van mijn slechte punten is dat ik te ongeduldig ben op bepaalde momenten. Als goede punten van mezelf zou ik zeggen dat ik chill ben, in die zin dat ik me niet snel opjaag bij de kleinste mislukking. Ik denk dat ik ook kritisch ben, waardoor ik minpunten in iets kan zien en zo op tijd kan bijsturen als het nodig is." Kareljan heeft hier behoorlijk goed zichzelf kunnen beschrijven, een vaardigheid die handig van pas kan komen als hij later moet gaan werken.

8. Waar ben je bang voor?

“Ik ben niet voor een bepaald iets echt bang. Hoewel ik onlangs toch eens goed geschrokken ben, mijn hart klopte toen erg hard en veel doordat ik te veel energiedrank had gedronken. Dat doe ik niet meer, want het was niet bepaald een aangename ervaring." Hij klaagde inderdaad een periode dat hij last had van zijn hartje. Moraal van het verhaal: niet te veel/geen energie drank drinken. “Maar om terug te komen op de eigenlijke vraag: nee ik ben niet echt bang voor iets specifiek."

9. Als je een plant was, welke zou je zijn en waarom?

Ook Kareljan gaf erg snel een antwoord op deze vraag. Blijkbaar wordt deze vraag vaker gesteld in interviews dan we dachten, aangezien de groepsleiding hierop erg voorbereid was. Maar goed, het antwoord van Kareljan: “Een paardenbloem. Het is een zot wijze plant, vooral die pluisjes die je kan uitblazen. Een bloem die veel plezier geeft, vooral aan kinderen. Dat willen we met de scouts ook verspreiden, dus een perfecte bloem voor mij." Een mooie redenering.

10. Wat is je favoriete 4-uurtje?

“Franchipanne. Van kinds af aan heb ik van franchipannes gehouden." Meer weet Kareljan er niet echt meer over te zeggen. Maar dan, wat kan hij er nog over zeggen.

Voila beste lezers, dat was het dan! We laten onze groepsleiding weer vrij, zodat hij zich ergens anders kunnen gaan amuseren.

door Calvin Davey en Marjolein Schabregs

Terug naar blog

Facebook | Youtube